Herkomst en geschiedenis
De Bracco Italiano is de traditionele staande hond van Italië en een van de oudste staande rassen. De FCI-standaard wijst op fresco's uit de veertiende eeuw: zijn bouw en zijn werk als vogelhond zijn sindsdien nauwelijks veranderd. Adellijke families als de Gonzaga's en de Medici's fokten hem, en toen de Italiaanse kennelclub in 1882 zijn stamboek opende, was de eerste ingeschreven hond een Bracco.
In de negentiende eeuw bestonden er twee typen: een zwaardere, grotere hond en een lichtere, kleinere. De Nederlandse rasvereniging spreekt van het zware wit-bruine Lombardische type en het lichtere wit-oranje Piëmontese type. In de jaren 1890 schreef Ferdinando Delor een standaard voor het grote type. Het moderne ras dateert van 1949: de Italiaanse kennelorganisatie ENCI keurde begin dat jaar een standaard goed, en later dat jaar volgde de rasvereniging Società Amatori Bracco Italiano (SABI). In 1956 erkende de FCI het ras definitief. De geldende standaard is FCI nr. 202, groep 7, sectie 1 (continentale staande honden, braque-type), met werkproef.
In Italië werden tussen 2010 en 2018 zo'n 700 pups per jaar ingeschreven, de meeste wit-oranje. In de Verenigde Staten werd hij in 2022 het tweehonderdste ras van de AKC.
In Nederland is de rasvereniging de Vereniging Italiaanse Staande Jachthonden (VISJ), voor de Bracco Italiano en de Spinone. Haar verenigingsfokreglement wordt goedgekeurd door de Raad van Beheer, en nesten worden ingeschreven in het Nederlands Hondenstamboek (NHSB). Volgens de VISJ is hij "geboren voor de jacht, maar ook een uitstekende gezelschapshond".
Karakter en gedrag
De standaard beschrijft hem als taai en geschikt voor elke vorm van jacht, betrouwbaar, met een uitstekend begripsvermogen, gehoorzaam en makkelijk af te richten. Agressieve en overdreven schuwe honden zijn gediskwalificeerd. In het dagelijks leven:
- Hij is in de eerste plaats vogelhond. In Italië jaagt men vooral op veerwild met hem. Hij zoekt in een ruime, snelle draf met de neus hoog, staat vast en apporteert graag.
- Hij werkt dicht bij zijn baas. De VISJ noemt hem een veelzijdige allrounder die nauw contact houdt met zijn voorjager.
- In huis is hij rustig en aanhankelijk. De VISJ beschrijft hem als zachtaardig, intelligent en bedachtzaam, soms wat eigenwijs, erg gehecht aan zijn gezin en meestal goed met kinderen.
- Hij is gevoelig. Volgens de AKC zijn sommige honden zachter dan andere, en te veel druk kan een Bracco laten dichtklappen.
De VISJ vindt hem minder druk dan een Duitse staande hond of een Vizsla, mits hij genoeg beweging krijgt. Als waakhond is hij te vriendelijk. De jachtdrift is echt: katten en kleine huisdieren vragen een voorzichtige kennismaking.
Grootte en uiterlijk
Krachtig en harmonieus, met droge ledematen, een lang, gebeiteld hoofd, lange oren die tot aan de neuspunt reiken en losse lippen die een zachte keelhuid vormen. De vacht is kort, dicht en glanzend. Kleuren volgens de standaard: wit, wit met oranje of amberkleurige platen, wit met bruine platen, oranjeschimmel of bruinschimmel. Zwart in vacht of huid en driekleur zijn diskwalificerend.
| Reuen | Teven | |
|---|---|---|
| Schofthoogte | 58-67 cm | 55-62 cm |
| Gewicht | 25-40 kg, naar verhouding van de hoogte | 25-40 kg |
| Levensverwachting | 10-12 jaar (mediaan 11) | 10-12 jaar |
| Vacht | kort, dicht, glanzend | idem |
De standaard noemt voor het ras 55-67 cm. Twee centimeter erboven of eronder is een ernstige fout.
Beweging en dagelijks leven
Reken op een tot twee uur echte activiteit per dag: los lopen waar dat mag en veilig is, apporteren, zwemmen, sporen. Jacht is de ideale uitlaatklep. Jaag je niet, dan raadt de VISJ gehoorzaamheids- en werkcursussen aan, en jachthondentraining staat vaak ook open voor niet-jagers. Let op: in de meeste natuurgebieden moet je hond aan de lijn.
Twee dingen verrassen nieuwe eigenaren: hij kwijlt, vooral na het drinken, en hij verhaart het hele jaar, ondanks de korte vacht. Een appartement past niet. Een huis met omheinde tuin, liefst aan de rand van de bebouwing, is het minimum, en lange dagen alleen maken hem ongelukkig.
Opvoeding
Hij leert goed als de methode past. De VISJ adviseert een opvoeding die belonend, afwisselend en consequent is. Wat werkt: korte trainingen, geduld en vroeg contact met veerwild. De voorzitter van de Amerikaanse rasvereniging raadt "een stevige maar zachte hand" aan.
Typische lastige punten:
- Druk. Harde correcties laten hem dichtklappen. Rust en consequentie leveren veel meer op.
- Terugroepen bij wild. Gebruik een sleeplijn tot het terugroepen ook in het veld echt zit.
- Verveling. Volgens de VISJ verveelt hij zich snel. Varieer de oefeningen en stop terwijl hij nog zin heeft.
- Eigenwijsheid. Soms wil hij het op zijn manier. Blijf rustig en duidelijk.
Verzorging
Weinig. Eén keer per week borstelen met een rubberen handschoen. Het echte werk zit in de oren: lange hangoren houden vocht en vuil vast, dus controleer ze wekelijks en na elke zwempartij en droog ze goed. Veeg na het eten lippen en keelhuid af en knip de nagels regelmatig.
Gezondheid
Het ras is stevig gebouwd, maar draagt een ernstig erfelijk risico. De Amerikaanse rasvereniging (BICA) noemt in haar gezondheidsverklaring van 2025 een mediane levensduur van 11 jaar en als belangrijkste doodsoorzaken kanker (26,6%), ouderdom (25,3%), nierziekte (14,6%) en maagtorsie (9,3%).
- Nieramyloïdose. Afwijkende eiwitten slaan neer in de nieren. Het kan op elke leeftijd optreden, maar wordt vaker bij jonge honden vastgesteld en is onbehandeld altijd dodelijk. Eerste signalen: slechte eetlust, veel drinken en plassen, soms kreupelheid, dikke gewrichten of koorts zonder duidelijke oorzaak. Britse en Amerikaanse rasverenigingen adviseren voor elke Bracco vanaf een jaar oud jaarlijks bloedonderzoek en een urine-eiwit-creatinineratio (UPC), bij fokdieren binnen zes maanden voor elke dekking.
- Maagtorsie. De diepe borst maakt de maag gevoelig. BICA raadt aan bij elke Bracco een preventieve gastropexie te overwegen, vaak samen met castratie of sterilisatie.
- HD en ED. Het fokreglement van de VISJ (in werking sinds 1 mei 2026) verplicht beide ouders vóór de dekking tot officieel HD- en ED-onderzoek. HD-C mag alleen met een HD-A-partner, ED I alleen met een ED-vrije partner, HD-D en -E en ED II en III zijn uitgesloten.
- Ogen. Laat onderzoeken op entropion, ectropion en cataract. Pups worden niet in het NHSB ingeschreven als een ouder een ECVO-uitslag "no breeding" heeft.
- Overige regels. Honden met epilepsie en cryptorchide reuen zijn uitgesloten van de fok. Een teef mag maximaal vier nesten krijgen, met minstens twaalf maanden ertussen.
Vraag voor beide ouders naar de HD-, ED- en oogonderzoeksuitslag, naar recente nierwaarden en naar de gezondheid van eerdere nesten. Het fokreglement eist geen nieronderzoek, dus vraag er zelf naar.
Kosten
Er worden in Nederland maar weinig nesten gefokt. De VISJ publiceert dek- en geboorteberichten, maar een wachtlijst of een fokker in België, Duitsland of Italië is normaal. Nederlandse prijzen worden zelden gepubliceerd. In Duitsland kost een pup met stamboom meestal 1.500 tot 2.500 euro, reken in Nederland op een vergelijkbaar bedrag. Volgens het fokreglement krijgt elke pup een chip en een EU-dierenpaspoort en gaat hij niet voor acht weken van de moeder weg.
Per jaar, grofweg:
| Post | ca. per jaar |
|---|---|
| Voer (hond van ca. 30 kg) | 450-600 euro |
| Dierenarts, vaccinaties, vlooien- en wormmiddelen, niercontrole | 350-500 euro |
| Dierenverzekering (optioneel) | 300-450 euro |
| Cursus, jachthondentraining, proeven | 150-300 euro |
De hondenbelasting verschilt per gemeente: volgens een telling van ANP heffen in 2026 nog ruim 100 gemeenten die, gemiddeld ongeveer 76 euro per jaar. Kijk op de site van je eigen gemeente. Controleer ook of je aansprakelijkheidsverzekering schade door je hond dekt.
Voor wie hij geschikt is en voor wie niet
Geschikt voor:
- jagers die een rustige, dicht bij huis zoekende staande hond voor veerwild zoeken
- actieve gezinnen die bereid zijn met de hond te trainen, ook zonder jacht
- een huis met tuin, liefst op het platteland en met water in de buurt
- geduldige eigenaren met een lichte hand
Niet geschikt voor:
- een appartement en lange werkdagen buiten de deur
- wie zich stoort aan kwijl en hondenharen
- wie een snelle, harde hond wil die strenge training verdraagt
- wie een makkelijke huishond zoekt. Kijk dan eerder naar een Golden Retriever of Labrador Retriever; zijn naaste verwant is de ruwharige Spinone Italiano, net zo zachtaardig maar nog bedaarder; een snellere, bekendere kortharige staande hond vind je in de Duitse Staande Hond, de Vizsla of de Weimaraner