Herkomst en geschiedenis
De Duitse Draadhaar (officieel Duitse Staande Draadhaar, in Duitsland Deutsch Drahthaar) is rond 1900 in Duitsland gefokt met één doel: één hond voor al het werk voor en na het schot, in het veld, in het bos en in het water. Hij moet voorstaan, apporteren, in het riet zoeken, een zweetspoor uitwerken en roofwild (vos, verwilderde kat) aankunnen.
De fokkers gingen uit van de beste ruwharige honden van die tijd (Pudelpointer, Griffon Korthals, Stichelhaar) en de Duitse Staande Korthaar. Drijvende kracht was Sigismund von Zedlitz und Neukirch, bekend als "Hegewald". De Verein Deutsch-Drahthaar (VDD), opgericht in 1902, leidt het ras in Duitsland nog steeds, met prestatie als eerste fokcriterium. Een VDD-hond mag pas fokken na geslaagde jachtproeven, een aangetoonde hardheid op roofwild (Härtenachweis), heupfoto's en een keuring van exterieur en vacht. De geldende standaard is FCI nr. 98, groep 7 (staande honden, met werkproef).
In Nederland is de Vereniging Vrienden Duits Draadhaar (VVDD) de rasvereniging. Ze werd opgericht in 1958, is sinds 2000 aangesloten bij de Raad van Beheer en vertegenwoordigt Nederland in de internationale Drahthaar-federatie onder leiding van de VDD.
Karakter en gedrag
De FCI-standaard vraagt een vaste, beheerste, evenwichtige hond, niet wildschuw of schotschuw, niet angstig en niet agressief. In de praktijk:
- Hij is eerst jager. Wild, katten en hazen zetten een sterke jachtdrift aan. Loslopen in wildrijk gebied lukt alleen met een goede opleiding, bij sommige honden nooit.
- Hij is scherp op roofwild. Het ras is geselecteerd op hardheid tegen vos en kat. Kleine huisdieren en reuen onderling kunnen daardoor een probleem zijn.
- Hij hecht sterk aan zijn eigen mensen en is vaak gereserveerd en waakzaam tegenover vreemden. Hij slaat aan bij bezoek, maar is geen waakhond.
- Met kinderen uit het eigen gezin gaat het meestal goed, al is een jonge Draadhaar sterk en onstuimig.
Grootte en uiterlijk
Een middelgrote tot grote, atletische hond met harde, aanliggende draadharige vacht, dichte ondervacht, baard en duidelijke wenkbrauwen. Toegestane kleuren: bruinschimmel en zwartschimmel (met of zonder platen), bruin met of zonder witte borstvlek, en lichtschimmel.
| Reuen | Teven | |
|---|---|---|
| Schofthoogte | 61-68 cm | 57-64 cm |
| Gewicht | ca. 25-32 kg | ca. 23-28 kg |
| Levensverwachting | 12-14 jaar | 12-14 jaar |
| Vacht | draadhaar, 2-4 cm, dichte ondervacht | idem |
De standaard noemt geen gewicht; de waarden zijn gangbare richtgetallen voor het ras.
Beweging en dagelijks leven
Een rondje aan de lijn is niet genoeg. Reken op minstens een tot twee uur per dag, zoveel mogelijk los, en vooral werk voor de neus. De beste uitlaatklep is echte jacht: veld, water, nazoek.
In Nederland is jagen beperkt, dus veel Draadharen werken vooral op jachthondenproeven, in de apporteer- en zweetspoortraining en bij het opruimen na de jacht. Ook speuren en mantrailing helpen. Een appartement in de stad past niet. Het beste is een huis met een hoog omheinde tuin op het platteland. Een Draadhaar die zich verveelt, wordt een sloper, ontsnappingskunstenaar of stroper.
Opvoeding
Hij leert snel en werkt graag, maar is zelfstandig en in de puberteit koppig. Wat werkt: vroege socialisatie met mensen, honden en huisdieren, een betrouwbare terugroep voordat de hond ooit wild ziet, en rustige, consequente begeleiding. Harde methodes beschadigen een jonge hond eerder dan dat ze helpen.
De VVDD organiseert trainingen en proeven, en in Duitsland doorloopt een jachthond de JGHV-proeven VJP, HZP en VGP.
Typische lastige punten:
- Zelfstandig jagen en Oost-Indisch doof zodra de neus het overneemt.
- Scherpte op katten en kleine dieren als dat niet vanaf de eerste dag wordt gestuurd.
- Onverdraagzaamheid van sommige reuen tegenover andere reuen.
Verzorging
Weinig werk. Een- tot tweemaal per week borstelen, vaker tijdens de rui. Veel eigenaren plukken dode haren een- of tweemaal per jaar uit. Scheren maakt de vacht zacht en neemt de bescherming tegen regen en doornen weg. Controleer na het werk oren, poten en baard op grasaren, doornen en wondjes.
Gezondheid
De strenge prestatiefokkerij heeft een robuust ras opgeleverd. Het fokreglement van de VDD sluit honden uit met HD, ED, OCD, bloedstollingsstoornissen, entropion of ectropion, en honden die schotschuw of agressief zijn. Bekende aandoeningen:
- Heup- en elleboogdysplasie. In Duitsland mogen alleen honden met HD-A of HD-B fokken.
- Ziekte van von Willebrand (type II). Een erfelijke bloedstollingsstoornis die bij het ras is beschreven. Er bestaat een DNA-test.
- Ogen: vooral entropion; een jaarlijks oogonderzoek hoort bij goede fokkerij.
- Schildklierproblemen en maagtorsie, zoals bij veel honden met een diepe borst.
Vraag voor beide ouders naar HD- en ED-uitslagen, de vWD-status en de resultaten op jachtproeven.
Kosten
Een pup met stamboom van geteste ouders kost meestal 1.000 tot 1.500 euro, afhankelijk van de prestaties van de ouders. Advertenties ver daaronder hebben zelden geteste ouders.
Jaarlijkse kosten, grof:
| Post | ca. per jaar |
|---|---|
| Voer (actieve hond van 25-30 kilo) | 500 euro |
| Dierenarts, vlooien- en wormmiddelen | 300-500 euro |
| Hondenbelasting | 0 tot ca. 140 euro, per gemeente |
| Proeven, cursussen, contributie | 150-300 euro |
In 2026 heffen nog 100 van de 342 gemeenten hondenbelasting, gemiddeld 81,69 euro per jaar: kijk op de site van je eigen gemeente. Controleer ook of je aansprakelijkheidsverzekering schade door je hond dekt, en overweeg een dierenverzekering voor een hond die door doornen en water rent.
Voor wie hij geschikt is en voor wie niet
Geschikt voor:
- jagers die één hond willen voor veld, water en nazoek
- zeer actieve mensen op het platteland
- wie graag traint en de hond op jachthondenproeven wil voorbrengen
Niet geschikt voor:
- niet-jagers die een sportieve gezinshond zoeken, kijk dan eerder naar een Hongaarse Vizsla of een Labrador
- een appartement in de stad of mensen met weinig tijd
- huishoudens met katten, konijnen of kippen
- beginners zonder jachtervaring