Herkomst en geschiedenis
De Australian Terrier, door liefhebbers "Aussie" genoemd, is het eerste ras dat in Australië is ontstaan en een van de weinige terriërs die niet uit Groot-Brittannië komen. De FCI-standaard voert hem terug op de "Broken Coated Terriers" van Tasmanië, New South Wales en Victoria. Al begin 19e eeuw fokten vrije kolonisten rond Campbelltown en Ross op Tasmanië ruwharige hondjes met een blauw lijf en tan aftekeningen, zo'n 4,5 kilo zwaar en bekend als goede waakhonden. Als bouwstenen noemt de standaard de Skye Terrier, de Scottish Terrier en de Dandie Dinmont Terrier, waarbij af en toe een Yorkshire Terrier werd ingekruist. De Silky Terrier komt uit dezelfde stam.
Op boerderijen en bij mijnen in een ruw land doodden deze kleine honden ratten, muizen en slangen, sloegen ze aan bij bezoek en woonden ze gewoon in huis. De American Kennel Club (AKC) noemt ze onverschrokken allround ongediertebestrijders die na het werk trouwe huisdieren waren.
De eerste rasvereniging werd in 1887 in Melbourne opgericht. Volgens de AKC was het het eerste inheemse ras dat in Australië officieel werd erkend, en het eerste Australische ras dat in het buitenland werd erkend. De Britse Kennel Club volgde in 1933, de AKC in 1960 en de FCI in 1963. Het ras valt onder FCI-standaard nr. 8, groep 3 (terriërs), sectie 2 (kleine terriërs), zonder werkproef.
In Nederland is de Schotsche Terrier Club de rasvereniging, aangesloten bij de Raad van Beheer. Pups met een stamboom worden ingeschreven in het NHSB. Het ras is hier zeldzaam, dus houd rekening met een wachtlijst of een fokker over de grens.
Karakter en gedrag
De AKC vat hem samen als moedig, aanhankelijk en pittig, met "veel van de nieuwsgierigheid en het lef van de ouderwetse terriër". De FCI-standaard noemt hem "in wezen een werkterriër", die door zijn trouw en evenwichtige aard ook een goede gezelschapshond is. In het dagelijks leven:
- Hij is erg gehecht aan zijn gezin. Volgens de AKC is hij op mensen gericht en niet gelukkig als hij te veel alleen is. De rasvereniging noemt hem een "enorm fijne gezinshond", vriendelijk tegen kinderen.
- Hij is een echte terriër. De drang om kleine dieren achterna te gaan is volgens de AKC nooit verdwenen. Hamsters, ratten, konijnen en vogels zijn prooi.
- Met andere honden gaat het meestal goed. De AKC geeft hem 3 uit 5 en raadt aan een tweede hond met zorg te introduceren.
- Hij slaat betrouwbaar aan. De AKC geeft hem 4 uit 5 als waakhond en 3 uit 5 voor blaffen: bezoek wordt gemeld, maar hij blaft niet aan één stuk door.
"Een grote hond in klein formaat", schrijft de rasvereniging: zelfverzekerd, nieuwsgierig en taai, en thuis een knuffelaar.
Grootte en uiterlijk
Een stevige, laaggebouwde terriër, duidelijk langer dan hoog, met een lang, krachtig hoofd, kleine puntige staande oren en donkere ogen. De vacht is zijn handelsmerk: hard, steil dekhaar van ongeveer 6 cm over een korte zachte ondervacht, een flinke kraag rond de hals die doorloopt tot op de borst, en een zachte, lichtere kuif op het hoofd. Snuit, onderbenen en voeten zijn kortharig.
Er zijn twee kleurslagen. Blue en tan: lijf blauw, staalblauw of donker grijsblauw, rijk tan op kop, oren, benen en onderkant, de kuif blauw of zilver. Effen rood of zandkleurig, zonder donkere schaduw. Witte aftekeningen op borst of voeten zijn een fout.
| FCI-standaard | AKC-standaard | |
|---|---|---|
| Schofthoogte | ca. 25 cm, teven iets minder | ca. 25-28 cm |
| Gewicht | ca. 6,5 kilo voor reuen, teven iets minder | ca. 6,8-9 kilo |
| Levensverwachting | ca. 11-15 jaar | ca. 11-15 jaar |
| Vacht | hard, steil, ca. 6 cm, zachte ondervacht | idem |
De levensverwachting van 11 tot 15 jaar komt van de AKC. In een Britse enquête onder leden van de rasverenigingen lag de mediaan op iets meer dan 12 jaar.
Beweging en dagelijks leven
De AKC geeft hem 3 uit 5 voor energie en voor de behoefte aan mentale uitdaging, maar wijst erop dat terriërs in het algemeen veel energie hebben en dat verveling tot ongewenst gedrag leidt. Dagelijkse wandelingen plus spel en zoekwerk zijn het minimum. Volgens de AKC past hij zich aan bijna elke woonsituatie aan, ook een appartement, zolang lijf en hoofd genoeg te doen krijgen.
Loslopen is het zwakke punt. Volgens de AKC moet een Aussie nooit vrij rondlopen: hij kan een kat of eekhoorn zo ver achternagaan dat hij de weg terug niet meer vindt. Dus aan de lijn of lange lijn, en spelen in een goed omheinde tuin. Door zijn razendsnelle reacties, lichaamsbeheersing en springkracht noemt de rasvereniging hem een actieve sportkameraad; denk aan behendigheid of speurwerk.
Opvoeding
Volgens de AKC leert hij snel, maar denkt hij zelf na en heeft hij een "vaste, consequente" aanpak nodig. Routine verveelt hem, dus trainingen blijven kort, of de eigenaar dat nu wil of niet. Ook de rasvereniging noemt hem een vrijbuiter met eigen ideeën en een snelle leerling. Voer, speelgoed en lof werken; hardheid niet.
Typische lastige punten:
- Terugroepen bij wild. Lange lijn in open terrein, en niet blind vertrouwen op de roep als er een konijn wegschiet.
- Graven. Hij is gefokt om ongedierte te bestrijden; geef hem een plek waar graven mag en controleer het hek.
- Aanslaan. Eén keer bedanken, dan terugroepen en rust belonen.
- Ontmoetingen met andere honden. Vroeg en goed socialiseren, en begroetingen met grote, ruwe honden kort houden. Een puppycursus helpt.
Verzorging
Makkelijk, maar niet niks. Volgens de rasvereniging verhaart hij weinig als de vacht goed verzorgd wordt: één keer per week borstelen en kammen, en om de drie maanden een plukbeurt. De AKC raadt aan de lange haren voor en tussen de ogen uit te plukken, omdat ze de ogen kunnen irriteren. De gehoorgang moet vrij blijven van overtollig haar. Geknipt of geschoren wordt hij niet.
Was hem alleen als het nodig is. Te vaak wassen maakt de vacht slap, terwijl een zo hard mogelijke vacht gewenst is, en het droogt de huid uit. Hij verhaart weinig, maar staat niet op de lijst van hypoallergene rassen van de AKC. Knip de nagels regelmatig en controleer de oren.
Gezondheid
De AKC noemt de Aussie over het algemeen gezond en "zeer robuust". In het ras komen voor:
- Patella-luxatie (losse knieschijf), veel voorkomend bij kleine rassen.
- De ziekte van Legg-Calvé-Perthes, een heupaandoening die zich bij jonge honden uit in kreupelheid en pijn.
- Suikerziekte. In de gezondheidsenquête van de Amerikaanse rasvereniging uit 2002 was dit de vaakst genoemde aandoening. Een hond die veel drinkt en plast, moet naar de dierenarts.
- Allergieën van huid en spijsvertering, en schildklierproblemen.
- Overgewicht. Volgens de AKC komen sommige snel aan, dus voer en snoepjes afwegen.
De Schotsche Terrier Club stelt in zijn verenigingsfokreglement een onderzoek op patella-luxatie verplicht voor de ouderdieren. Daarnaast heeft de Raad van Beheer op 1 juli 2026 foknormen voor het ras gepubliceerd. Sinds 1 oktober 2026 controleert de Raad bij de dekaangifte of de ouderdieren op de dekdatum aan die normen voldeden; anders komen er geen stambomen voor het nest. De Amerikaanse rasvereniging adviseert bovendien schildklier- en oogonderzoek. Vraag de uitslagen van beide ouders.
Kosten
Omdat er weinig nesten zijn, worden prijzen zelden gepubliceerd. Rasgidsen noemen voor een pup uit een goede fokkerij vanaf ongeveer 1.000 euro; reken met onderzochte ouders en een wachtlijst op ongeveer 1.000 tot 1.800 euro. Vraag de Schotsche Terrier Club naar fokkers en nesten, en wees op je hoede bij verkopers die vooraf geld willen zonder dat je de pup en de moeder hebt gezien.
Jaarlijkse kosten, grof:
| Post | ca. per jaar |
|---|---|
| Voer (hond van 6-9 kilo) | 150-300 euro |
| Dierenarts, vaccinaties, vlooien- en wormmiddelen | 300-450 euro |
| Dierenverzekering (optioneel) | 150-300 euro |
| Puppycursus, plukbeurt | 100-250 euro |
De hondenbelasting verschilt per gemeente: in 2026 heffen nog ongeveer honderd gemeenten die, volgens het ANP gemiddeld zo'n 76 euro per jaar. Kijk op de site van je eigen gemeente. Controleer ook of je aansprakelijkheidsverzekering schade door je hond dekt. Couperen is in Nederland sinds 2001 verboden; een pup uit het buitenland heeft daarom liefst een natuurlijke staart.
Voor wie hij geschikt is en voor wie niet
Geschikt voor:
- gezinnen met kinderen die een stevig hondje zoeken in plaats van een breekbaar dwerghondje
- stadsbewoners in een appartement die dagelijks met hun hond op pad gaan
- wie een makkelijke vacht wil die weinig verhaart
- wie een hond wil die aanslaat, maar niet de hele dag blaft
Niet geschikt voor:
- huishoudens met hamsters, ratten, konijnen of vogels
- wie droomt van loslopen in de polder of het bos
- wie de hele dag weg is
- wie een hond wil die nooit tegenspreekt. Zijn Australische verwant met zijdeachtige vacht is de Silky Terrier, de klassieke Schotse werkterriër de Cairn Terrier, een iets makkelijkere kleine terriër de Norwich Terrier