Herkomst en geschiedenis
De Beauceron, officieel Berger de Beauce, is een Franse herdershond. Hij is genoemd naar de Beauce, de vlakte ten zuidwesten van Parijs, maar het type kwam in heel Noord-Frankrijk voor. Zijn werk: grote schaapskuddes over lange afstanden leiden en bewaken, als "levend hek" langs akkers zonder omheining.
Als eerste beschrijving van zo'n hond geldt een handschrift uit de zestiende eeuw. In een in 1809 gepubliceerde tekst van abbé Rozier (overleden 1793) wordt onderscheid gemaakt tussen de langharige herdershonden uit de Brie en de kortharige uit de Beauce. Die scheiding bestaat nog steeds: de Briard is de langharige neef van de Beauceron. In 1893 werd de eerste Berger de Beauce in het Franse stamboek (LOF) ingeschreven, in 1922 volgde de Franse rasvereniging Les Amis du Beauceron.
Toen de schapenhouderij terugliep, zette de club hem neer als waak- en verdedigingshond. Het Franse leger gebruikte Beaucerons in beide wereldoorlogen als ordonnanshond, om sporen te volgen en mijnen op te sporen. De geldende standaard is FCI nr. 44, groep 1, met werkproef.
In Nederland en België is het ras zeldzaam. Een pup met stamboom komt in Nederland in het NHSB van de Raad van Beheer; vraag daar of bij de rasvereniging naar fokkers, en reken erop dat veel pups uit Frankrijk komen.
Karakter en gedrag
De standaard vraagt een open, zelfverzekerde hond, zachtaardig en onverschrokken; agressieve of overdreven schuwe honden worden gediskwalificeerd. In het dagelijks leven betekent dat:
- Hij is serieus en waakzaam. Gereserveerd tegen vreemden, beschermend naar huis en gezin. Dat is afstand, geen angst, en waken hoeft niemand hem te leren.
- Hij heeft een sterke wil. Gefokt om zelf beslissingen te nemen bij de kudde, leert hij snel maar wil hij er de zin van zien. Een baas die hij niet serieus neemt, wordt getest.
- Hij is gevoelig. Een harde hand en buitengesloten worden verdraagt hij slecht. Een huishouden waar overdag niemand thuis is, past niet.
- Hij wordt laat volwassen. Reken op een lange puberteit; veel fokkers zeggen dat hij pas rond twee à drie jaar echt stabiel is.
In zijn eigen gezin, ook met kinderen met wie hij opgroeit, is een goed opgevoede Beauceron meestal zeer aanhankelijk. Maar een zware herdershond kan rennende kinderen omverlopen, omsingelen of willen sturen. Toezicht is een must.
Grootte en uiterlijk
Groot, stevig, gespierd, iets langer dan hoog, met kort, hard, aanliggend haar en een dichte ondervacht. Twee kleuren zijn toegestaan: zwart met bruine aftekeningen (de "rode kousen", vandaar de bijnaam bas-rouge) en harlekijn (grijs, zwart en bruin). Bijzonder: de standaard eist dubbele hubertusklauwen aan de achterpoten. Een enkele of ontbrekende klauw achter betekent diskwalificatie.
| Reuen | Teven | |
|---|---|---|
| Schofthoogte | 65-70 cm | 61-68 cm |
| Gewicht | ca. 32-50 kg, reuen aan de bovenkant | zelfde marge, meestal lichter |
| Levensverwachting | 10-12 jaar | 10-12 jaar |
| Vacht | kort, hard, dichte ondervacht | idem |
De standaard noemt geen gewicht; de waarden zijn gangbare opgaven uit rasbeschrijvingen.
Beweging en dagelijks leven
Een werkhond met veel energie. Reken op twee uur activiteit per dag, met echt werk erin: hoeden als je bij schapen kunt, speuren, gehoorzaamheid, IGP bij een vereniging, lange wandelingen. Een Beauceron die zich verveelt, gaat slopen, en bij dit formaat wordt dat duur.
Een appartement past niet. Het beste is een huis met een goed omheinde tuin, aan de rand van de stad of op het platteland.
Opvoeding
Wat werkt: vroege en brede socialisatie (mensen, honden, verkeer, bezoek), korte, afwisselende trainingen, rustige consequentie en een baas die duidelijk is zonder ruw te worden. In ervaren handen doet hij het goed in gehoorzaamheid, hoedwedstrijden en verdedigingssport.
Typische lastige punten:
- Een puberteit die ruim voorbij de eerste verjaardag doorloopt, met Oost-Indische doofheid en grenzen testen.
- Beschermingsdrift die zonder sturing doorschiet. Leer hem vroeg dat jij bepaalt wie er binnenkomt.
- Hoedgedrag tegenover kinderen, fietsers en andere dieren: omcirkelen, blokkeren, in de hielen knijpen.
Verzorging
Weinig werk. Eén keer per week borstelen is genoeg; tijdens de rui, als de ondervacht in plukken loslaat, een paar dagen dagelijks. Wassen is zelden nodig. Knip de nagels regelmatig, ook die van de dubbele hubertusklauwen: die slijten niet en kunnen in de huid groeien.
Gezondheid
De Beauceron geldt als een robuust ras. Bekende aandoeningen:
- Heupdysplasie (HD). Het belangrijkste orthopedische punt bij een hond van dit formaat. Ook elleboogproblemen en osteochondrose (OCD) komen voor.
- Maagtorsie. Als ras met een diepe borst loopt hij risico. Geef twee of drie kleinere maaltijden en geen wild spel direct na het eten. Opgezwollen buik en kokhalzen zonder resultaat: meteen naar de dierenarts.
- Gedilateerde cardiomyopathie (DCM). De Amerikaanse rasvereniging heeft geld ingezameld voor een DCM-fonds.
- Oogaandoeningen. Een jaarlijks onderzoek bij een oogspecialist wordt aangeraden.
- Allergieën, voedsel of omgeving.
- Blessures aan de hubertusklauwen, die bij hard rennen kunnen blijven haken en scheuren.
Vraag voor beide ouders naar HD- en ED-uitslag, oog- en hartonderzoek en een karaktertest. Bij Franse ouders: de LOF-bevestiging en de cotation van de club.
Kosten
Reken voor een pup met stamboom op ongeveer 1.200 tot 1.800 euro. Er zijn weinig nesten in Nederland en België, dus een wachtlijst of een pup uit Frankrijk is normaal. In Frankrijk liggen LOF-pups vaak lager, maar reken reiskosten en papierwerk mee.
Jaarlijkse kosten, grof:
| Post | ca. per jaar |
|---|---|
| Voer (hond van 32-50 kilo) | 500-700 euro |
| Dierenarts, vaccinaties, vlooien- en wormmiddelen | 300-500 euro |
| Dierenverzekering (optioneel) | 300-500 euro |
| Hondenbelasting | per gemeente, soms niets |
De hondenbelasting verschilt sterk per gemeente en veel gemeenten heffen niets meer: kijk op de site van je eigen gemeente. Controleer ook of je aansprakelijkheidsverzekering schade door je hond dekt. Een maagtorsie-operatie kost al snel meer dan 1.500 euro.
Voor wie hij geschikt is en voor wie niet
Geschikt voor:
- ervaren eigenaren die al een grote, zelfstandige werkhond hebben opgevoed
- een huis met omheinde tuin, aan de rand van de stad of op het platteland
- mensen die een echte waakhond willen en graag bij een vereniging werken (hoeden, speuren, IGP)
- actieve mensen die elke dag tijd hebben, jarenlang
Niet geschikt voor:
- beginners of wie een makkelijke gezinshond zoekt
- een appartement of een huishouden waar overdag niemand is
- wie bescherming wil zonder tijd voor training. De Dobermann lijkt erop maar is meer op zijn baas gericht; de Mechelse herder en de Hollandse herder hebben nog meer drive en zijn niet makkelijker