Herkomst en geschiedenis
De Tibetaanse Spaniël, door liefhebbers "Tibbie" genoemd, is een klein gezelschapshondje uit de Himalaya. Ondanks de naam heeft hij niets te maken met jachtspaniëls zoals de Cocker. Hij hoort bij de oude Aziatische gezelschapshonden, net als de Pekingees, de Mopshond en de Lhasa Apso. Het woord "spaniël" komt waarschijnlijk van een oud Europees woord voor het schoothondje van hofdames.
Eeuwenlang werd hij gehouden en gefokt in boeddhistische kloosters. Volgens de Amerikaanse rasvereniging verlieten de honden het klooster bijna alleen als geschenk aan gewaardeerde vrienden. Hun taak was gezelschap en waakzaamheid: vanaf de kloostermuren hielden ze de omgeving in de gaten en sloegen ze alarm, waarna beneden de grote Tibetaanse Mastiffs het overnamen. Het vaak vertelde verhaal dat ze gebedsmolens ronddraaiden, wordt tegenwoordig betwijfeld.
In 1898 kwamen de eerste honden naar Engeland, maar pas na de Tweede Wereldoorlog werd er serieus mee gefokt. Groot-Brittannië is nog steeds het land van patronaat. Het ras valt onder FCI-standaard nr. 231, groep 9 (gezelschapshonden), sectie 5 (Tibetaanse rassen), zonder werkproef. De FCI publiceerde in 2026 een herziene standaard.
In Nederland is de Eerste Gezelschapshonden Club Nederland (EGCN) de rasvereniging, aangesloten bij de Raad van Beheer. De EGCN behartigt ruim dertig gezelschapsrassen, waaronder ook de Tibetaanse Terriër, de Lhasa Apso en de Shih-Tzu. Ook de Pekingees en Dwergspaniël Club houdt zich met de Tibetaanse Spaniël bezig. Pups met een stamboom worden ingeschreven in het NHSB van de Raad van Beheer.
Karakter en gedrag
De FCI-standaard beschrijft hem als vrolijk en zelfverzekerd, zeer intelligent, afstandelijk tegenover vreemden, waakzaam, trouw maar onafhankelijk. De AKC spreekt van een band met zijn mensen die aan verering grenst. In het dagelijks leven:
- Hij is een wachtpost. Hij zoekt graag een hoge uitkijkplek, de rugleuning van de bank of de vensterbank, en meldt alles wat ongewoon is. Een blaffer die nooit ophoudt is hij volgens de Amerikaanse rasvereniging niet.
- Hij is erg gehecht aan zijn gezin. Hij wil overal bij zijn en is totaal ongeschikt voor een leven in een kennel.
- Hij is terughoudend met vreemden. Dat staat in de standaard; agressie of overdreven angst zijn wel diskwalificerende fouten. Een goed opgevoede Tibbie bekijkt bezoek eerst en komt dan zelf.
- Hij heeft een eigen wil. Slim en gevoelig voor stemmingen, maar hij bepaalt graag zelf of een verzoek de moeite waard is. Uitblinken in gehoorzaamheid doet hij niet.
De AKC geeft hem de hoogste score voor omgang met jonge kinderen, en met andere huisdieren gaat het meestal goed. Kinderen moeten wel leren dat een hondje van 5 kilo geen knuffel is.
Grootte en uiterlijk
Een klein, levendig hondje, iets langer dan hoog, met een klein, licht gewelfd hoofd, een middellange, stompe snuit zonder rimpels, een licht ondervoorbeet, donkere ovale ogen en goed bevederde hangoren. Reuen hebben een duidelijke manen of "sjaal" rond de hals, teven minder. De pluimstaart wordt in beweging in een krul over de rug gedragen; de voeten zijn hazenvoeten met haar tussen de tenen. De dubbele vacht is zijdeachtig, halflang en ligt vrij plat. Alle kleuren en kleurcombinaties zijn toegestaan, alleen merle niet.
| Reuen | Teven | |
|---|---|---|
| Schofthoogte | ca. 25 cm | ca. 25 cm |
| Gewicht | 4,1-6,8 kg | 4,1-6,8 kg |
| Levensverwachting | 12-15 jaar | 12-15 jaar |
| Vacht | zijdeachtige, halflange dubbele vacht met manen | idem, meestal minder manen |
Hoogte (ca. 25,4 cm) en ideaal gewicht komen uit de FCI-standaard. De levensverwachting is die van de AKC; volgens de Amerikaanse rasvereniging worden veel Tibbies 15 jaar of ouder, en ze blijven tot op hoge leeftijd actief.
Beweging en dagelijks leven
Zijn bewegingsbehoefte is gemiddeld. Hij ligt net zo graag op de bank als dat hij door de tuin rent. Een dagelijkse wandeling is het minimum, en lange wandelingen houdt hij makkelijk vol. Verder: spelen, kunstjes en nieuwe geuren.
De tuin moet goed omheind zijn: hij is snel, nieuwsgierig en zelfstandig, en een betrouwbare terugroep is geen vanzelfsprekendheid. Let ook op de aanlijnplicht, die in veel gemeenten geldt buiten de losloopgebieden. In een appartement voelt hij zich prima, zolang zijn mensen er zijn. Zijn vacht kan beter tegen kou dan tegen hitte; wandel in de zomer vroeg en laat.
Opvoeding
De Tibetaanse Spaniël leert snel, maar volgens de AKC heeft hij een zeer onafhankelijke geest en bepaalt hij zelf wanneer hij luistert. Rustig, consequent en vriendelijk werkt het best, met korte, leuke trainingen en beloning met snoepjes en spel. Dwang maakt hem koppig. Behendigheid, neuswerk of kunstjes vinden veel Tibbies leuk.
Typische lastige punten:
- Terugroepen. Oefen eerst op een omheind terrein en met een lange lijn, en vertrouw er langs de weg niet op.
- Melden. Eén keer bedanken, weg van het raam roepen en rust belonen.
- Terughoudendheid met vreemden. Veel rustige mensen, plekken en geluiden in de eerste maanden; de socialisatie begint al bij de fokker.
- Alleen zijn. Hij hecht zich sterk, dus oefen al als pup met korte periodes alleen.
Verzorging
Eenvoudig, vergeleken met de Lhasa Apso of de Shih-Tzu. De AKC noemt het een natuurlijk ras dat niet getrimd wordt, behalve het haar onder de voeten. Een- of tweemaal per week borstelen is genoeg; kam de bevedering en de manen door, vooral achter de oren, waar het haar snel klit. Af en toe een bad.
Hij verhaart, en een flinke rui kan op elk moment van het jaar komen; een bad met crèmespoeling helpt dan. Controleer de hangoren regelmatig op vuil en ontsteking. Leer hem als pup al aan het nagelknippen.
Gezondheid
De Tibetaanse Spaniël geldt als een gezond ras dat oud wordt. Waar je op moet letten:
- Progressieve retina-atrofie (PRA), een erfelijke netvliesziekte die tot blindheid leidt. Voor de vorm PRA3 (gen FAM161A) bestaat een DNA-test; de ziekte begint meestal pas rond vijf tot zeven jaar. Andere vormen van PRA vindt de test niet.
- Kersenoog, een uitgezakte traanklier van het derde ooglid, die meestal operatief wordt verholpen.
- Patella-luxatie (losse knieschijf), zoals bij veel kleine rassen.
- Levershunt (portosysteemische shunt), waarop pups volgens de AKC voor vertrek gecontroleerd zouden moeten worden.
De Raad van Beheer heeft voor dit ras foknormen gepubliceerd op 1 juli 2026. Ouderdieren moeten een patella-onderzoek en een ECVO-oogonderzoek hebben, en sinds 1 oktober 2026 controleert de Raad van Beheer bij de dekaangifte of aan die normen is voldaan; alleen dan krijgen de pups een stamboom. Veel fokkers laten hun honden daarnaast op PRA3 testen. Vraag de uitslagen van beide ouders op.
Kosten
Fokkers en advertenties op Nederlandse en Belgische pupsites vragen voor een pup met stamboom meestal tussen de 1.300 en 2.000 euro. Voor een pup van onderzochte ouders die aan de foknormen voldoen zit je eerder aan de bovenkant. Het ras is zeldzaam, dus een wachtlijst is normaal. Vraag de EGCN naar fokkers en nesten, en wees op je hoede bij verkopers die vooraf geld willen zonder dat je de pup en de moeder hebt gezien.
Jaarlijkse kosten, grof:
| Post | ca. per jaar |
|---|---|
| Voer (hond van 4-7 kilo) | 150-300 euro |
| Dierenarts, vaccinaties, vlooien- en wormmiddelen | 300-450 euro |
| Dierenverzekering (optioneel) | 150-300 euro |
| Puppycursus, training | 100-250 euro |
De hondenbelasting verschilt per gemeente: in 2026 heffen nog ongeveer honderd gemeenten die, volgens het ANP gemiddeld zo'n 76 euro per jaar. Kijk op de site van je eigen gemeente. Controleer ook of je aansprakelijkheidsverzekering schade door je hond dekt. Een trimsalon heb je niet nodig.
Voor wie hij geschikt is en voor wie niet
Geschikt voor:
- mensen in een appartement die een kleine, maar niet kwetsbare hond zoeken
- gezinnen met kinderen die respectvol met een hond omgaan
- wie een oplettende kleine waakhond met een makkelijke, natuurlijke vacht wil
- baasjes die elke dag wandelen en een slimme, zelfstandige metgezel waarderen
Niet geschikt voor:
- wie een gehoorzaamheidskampioen zoekt die alles bij het eerste commando doet
- huishoudens waar de hond de hele dag alleen is of buiten moet leven
- woningen met dunne muren waar elke blaf tot klachten leidt
- wie een hond wil die elke vreemde meteen begroet. Een grotere Tibetaanse hond met lange vacht: de Tibetaanse Terrier of de Lhasa Apso; een zachter Aziatisch schoothondje: de Japanse Chin; een aanhankelijke westerse spaniël: de Cavalier King Charles Spaniel