Herkomst en geschiedenis
De Aussiedoodle is een kruising tussen de Australian Shepherd en de Poedel. Hij ontstond in Noord-Amerika tijdens de doodle-golf; de eerste bewuste nesten worden meestal in de jaren negentig geplaatst, maar een oprichtende fokker is niet gedocumenteerd. Het idee: het verstand en uithoudingsvermogen van de Aussie, met de weinig verharende vacht van de poedel.
Een ras is het niet. De FCI en de Raad van Beheer erkennen de Aussiedoodle niet: geen stamboom, geen rasstandaard en geen rasvereniging die gezondheidsonderzoek bij de ouderdieren verplicht stelt. Fokkers duiden hun nesten aan met de generatie:
- F1: Australian Shepherd x poedel, half om half, de minst voorspelbare vacht
- F1b: een F1 teruggekruist met een poedel, ongeveer 75 % poedel, meestal krulliger en minder verharend
- F2 / multigeneratie: Aussiedoodle x Aussiedoodle, wisselender als de ouders niet op vacht en kleur getest zijn
De maat hangt af van de gebruikte poedel: grote, middenslag, dwerg- of toypoedel.
Karakter en gedrag
Hier komen twee werkhonden samen: een hoeder die de hele dag vee moet drijven en een poedel, oorspronkelijk een apporteur in het water. Het resultaat is meestal een heel slimme, heel actieve hond, aanhankelijk bij zijn gezin en speels tot ver na zijn tweede jaar.
Wat eigenaren merken:
- Hoedinstinct. Veel Aussiedoodles proberen kinderen, de kat of joggers bij elkaar te drijven: ze cirkelen, fixeren of happen naar hielen. Vroeg ombuigen, niet straffen.
- Verveling wordt een probleem. Zonder dagelijkse taak zoekt hij er zelf een: slopen, graven, blaffen, langs het hek rennen.
- Wat terughoudendheid tegenover vreemden, een erfenis van de Aussie. Goed socialiseren is een must.
- Een sterke band met een of twee mensen en weinig geduld voor lange dagen alleen.
Pups verschillen sterk: de een lijkt op de intense, waakzame Aussie, zijn nestgenoot op de speelse poedel. Beide ouders ontmoeten zegt meer dan elk generatielabel.
Grootte en uiterlijk
Er is geen standaard. Dit zijn gangbare marges uit diergeneeskundig gecontroleerde bronnen en fokkersopgaven, ze overlappen.
| Maat | Gewicht | Schofthoogte | Levensduur |
|---|---|---|---|
| Mini | 11-20 kg | 36-46 cm | 10-15 jaar |
| Standaard | 20-32 kg | 46-58 cm | 10-15 jaar |
Er worden ook toy-Aussiedoodles onder 11 kg verkocht. De vacht varieert van steil via golvend tot sterk gekruld. Merle (blue merle, red merle) is het populairst, daarnaast komen tricolor, zwart, rood en bonte honden voor. Merles hebben vaak blauwe of deels blauwe ogen.
Beweging en dagelijks leven
Reken op minstens een uur echte beweging per dag, voor een jonge standaard meer: rennen, wandelen in de natuur, apporteren, zwemmen, plus denkwerk zoals speurwerk, trucjes of snuffelspelletjes. Agility, gehoorzaamheid, treibball of canicross passen goed.
Een grote tuin vervangt geen beweging, maar een goed hek blijft nodig omdat veel Aussiedoodles achter auto's, fietsers en wild aan gaan. Een mini redt zich in een appartement alleen bij een echt actieve eigenaar. Ben je acht tot tien uur per dag van huis, kies dan een andere hond.
Opvoeding
Aussiedoodles leren snel, ook ongewenst gedrag. Korte, afwisselende trainingen met voer en spel werken beter dan eindeloos herhalen.
- Bied vanaf de eerste weken een alternatief voor hielhappen (speeltje in de bek, zoekspel).
- Train rust: een plaatscommando op een kleed is bij deze kruising net zo belangrijk als trucs.
- Oefen het alleen thuisblijven al vanaf puppytijd in kleine stapjes.
- Laat hem voor de 16e week veel mensen, kinderen en honden ontmoeten; een hondenschool met positieve training is geld waard.
Verzorging
Een golvende of krullende vacht verhaart weinig maar vilt snel, vooral achter de oren, onder de halsband, in de oksels en aan de poten. Reken op grondig borstelen tot op de huid meerdere keren per week en elke 6 tot 8 weken de trimsalon. Een steilharige F1 kan verharen als een Aussie met zijn dubbele vacht.
Gezondheid
Beide ouderrassen hebben bekende erfelijke aandoeningen en kruisen neemt die niet weg. Een onderzoek van het Royal Veterinary College uit 2024 naar Cockapoo, Labradoodle en Cavapoo vond bij 86,6 % van de vergeleken aandoeningen geen verschil in risico ten opzichte van de ouderrassen. De Aussiedoodle zat er niet bij en er is geen levensduuronderzoek: de cijfers hierboven zijn schattingen.
MDR1-mutatie. Volgens de Washington State University draagt ongeveer de helft van de Australian Shepherds de MDR1-mutatie. Een aangedane hond kan heftig reageren op gangbare middelen zoals loperamide, acepromazine, sommige chemotherapeutica en ivermectine in hoge dosis. Laat de hond testen of vraag de uitslagen van de ouders, en vertel het je dierenarts.
Merle x merle. Bij twee merle-ouders is gemiddeld een op de vier pups dubbel merle. Die honden zijn vaak doof, blind of geboren met te kleine, misvormde ogen (microftalmie). In een studie in het Journal of Veterinary Internal Medicine (2009) was 25 % van de dubbele merles doof aan een of beide oren, tegen minder dan 4 % van de enkele merles. Het Besluit houders van dieren (artikel 3.4) verbiedt fokken waarbij de gezondheid van de nakomelingen wordt benadeeld en eist dat het doorgeven van ernstige erfelijke afwijkingen zo veel mogelijk wordt voorkomen. Het risico ontstaat als een merle Aussiedoodle met een andere merle hond wordt gepaard. Merle kan zich ook verstoppen in een hond die effen lijkt (cryptische merle): alleen een merle-DNA-test van beide ouders geeft zekerheid.
Andere aandoeningen die bij de ouderrassen gedocumenteerd zijn:
- Heup- en elleboogdysplasie
- Erfelijke cataract (HSF4-mutatie, Australian Shepherd-type)
- Collie eye anomaly en progressieve retina-atrofie (prcd-PRA komt bij beide ouderrassen voor)
- Idiopathische epilepsie (Aussie-kant)
- Te trage schildklier (hypothyreoïdie), talgklierontsteking (sebaceous adenitis) en de ziekte van Addison
- Maagtorsie bij de standaardmaat
Vraag voor beide ouders naar: officiële uitslagen voor HD en ED en een recent oogonderzoek door een ECVO-dierenarts. Voor de Aussie-ouder DNA-uitslagen voor MDR1, HSF4, CEA en prcd-PRA. Voor de poedel, afhankelijk van de maat, prcd-PRA en knieschijven (dwerg en toy) of schildklier, NEwS en von Willebrand (grote poedel). Voor elke merle-ouder de merle-DNA-test.
Kosten
Een pup van een fokker die zijn ouderdieren test, kost meestal 1.500 tot 3.000 euro. Een pup mag niet jonger dan 7 weken verkocht worden en moet gechipt en geregistreerd zijn. Daarna betaal je jaarlijks voer, dierenarts, meerdere trimbeurten en bij voorkeur een huisdierenverzekering. Hondenbelasting hangt af van je gemeente: in 2026 heffen nog 100 van de 342 gemeenten die, gemiddeld 81,69 euro per jaar.
Doodles zijn populair bij broodfokkers en malafide handelaren. Wees op je hoede bij advertenties zonder bezoek aan de fokker, zonder moederhond ter plaatse, zonder testuitslagen van beide ouders of met "zeldzame dubbele merles". Ook in asielen en bij doodle-herplaatsers belanden Aussiedoodles, vaak vanwege hun energie of de vachtverzorging.
Voor wie wel en voor wie niet
Geschikt voor:
- Actieve mensen en gezinnen die wandelen, hardlopen of hondensport willen doen
- Eigenaren die graag trainen en de hond elke dag een taak geven
- Mensen met een lichte allergie die voor een krullende vacht of F1b kiezen en de honden eerst ontmoeten
Niet geschikt voor:
- Rustige huishoudens of wie een kalme hond zoekt
- Huishoudens waar de hond het grootste deel van de dag alleen is
- Wie niet meerdere keren per week wil borstelen en de trimsalon wil betalen
Zoek je iets vergelijkbaars met meer voorspelbaarheid, bekijk dan de Australian Shepherd, de Border Collie, de Poedel of de Bernedoodle.